Gedichten over de nieuwe maan
De onweerstaanbare kracht van de nieuwe maan. Deze gedichten proberen de essentie te vangen van stille momenten en nieuwe mogelijkheden, hopend op enig contact met vijandige natuur en levende introspectie.

In dingen zie je iets, maanlicht dat beeft over water, harde wind die schuurt langs het huis. Van dingen maak je iets. Ze bewegen, gaan rollen, gaan lopen. nemen de kenmerken aan van een draad licht. Draaierige pose. Het flikkert naar behoren. En heeft weefsel aan de randen. Zwart is een optische illusie. Zie je het licht aan doen om vijf uur ´s ochtends mijn lief.

Onderhevig aan de wrede wetten van de Kosmos: menselijke onverschilligheid. Geen reactie mogelijk. Geen mededogen. Geen inzicht. Geen wetenschap. Geen liefde. Geen medemenselijkheid. Als water op een steen ketst het af. Rotsen die niet in elkaar bijten. Natuur die vergaan is. Plekken waar niets is. Waar wij niets te zoeken hebben. Geen moederlijkheid, geen vriendelijkheid. Waar gebroken botten waren. Geen leven mogelijk was. Alles buiten ons. Nooit niet. Is. Was. Voorzichtig. Kijk uit!

Dit tedere staren is ook voor mij een raadsel. Een blik lost vandaag niets op. De zwaluwen zijn weer terug op het licht van de sterren. Zij circelen gracieus met hun schaduwen de kamer binnen. Ik kan hun hard snerpende kreten weer horen terwijl ze golven op het blauw. Hun vreugde-dansen om de nesten bereiken trillende hoogte-punten in scherende vluchten omhoog.